Individual Notes

Note for:   Johan Michael (Keidel) Keitel,   ABT 1740 - 10 MAR 1775         Index

Occupation:   
     Place:   Soldaat


Individual Notes

Note for:   Johan Jacob Karel Keidel,   1774 -          Index

Baptism:   
     Place:   3 juni 1774


Individual Notes

Note for:   Elske Bonnes Bijker,   4 NOV 1836 -          Index

Individual Note:   Geboorteakte Opsterland, 1850
Aangiftedatum 10 juli 1850, blad nr. 80
Elske Bijker, geboren 4 november 1836
Dochter van Bonne Brugts Bijker en Fettje Thaes Nijenhuis

NB: Akte ingeschreven door vonnis van de rechtbank d.d. 25
oktober 1849; aangever erkent tevens de vader te zijn


Individual Notes

Note for:   Herre Popkes Steegenga,   1808 -          Index

Occupation:   
     Place:   Huisman te Scharl

Individual Note:   1843 Balk, notaris W. J. Hemsing
Koopakte
Betreft de verkoop van huis en erf en weiland te Mirns en
Bakhuizen, koopsom fl. 1230
- Yke Siegers Falkena, veldwachter te Mirns en Bakhuizen,
     verkoper
- Herre Popkes Steegenga, huisman te Scharl, koper

Individual Notes

Note for:   Titte Stoffels Stoffelsma,   29 JAN 1804 - 18 MAR 1863         Index

Individual Note:   Woonden in de Zwarte Schuur in de Wile onder Mirns

Individual Notes

Note for:   Matthijs Fokkes Feenstra,   28 AUG 1881 -          Index

Individual Note:   Matthijs Feenstra arrived in America on the 29 August 1905 on the steam ship Rotterdam sailing
from Rotterdam to start a new life. Matthijs was just 23 years old and only seventeen days married to
Antje Knorr. Matthijs was a carpenter by profession as was his father Fokke Rinkes Feenstra and
grandfather Rinke Fokkes Feenstra. Matthijs hoped to establish a carpentery business in Paterson,
New Jersey but was unsuccessful and returned to Bolsward in 1907. During this time Thijs and Antje's
daughter Grietje was born in Paterson, New Jersey in 1906. The Ellis Island immigration records give
the following details concerning Matthijs, anglocised name, Mathy Feenstra: 6' tall, dark hair and blue
18
eyes. Returning for a second time to America at the age of 27 years and with only $35 US dollars in his
pocket Mathijs arrived on the Steam Ship Potsdam sailing from Rotterdam and arriving at Ellis Island
on July 13, 1909. Matthijs was making a second attempt at establishing a carpentery business in
America. He traveled in the company of a 17 year old apprentice carpenter Dirk Veltman also of
Bolsward. According to the Ellis Island immigration records both indicated that they were going to
initially stay with Matthijs's brother inlaw Emke Knorr who lived at 50 Westerveld Avenue, Paterson,
New Jersey.
Mathijs's wife Antje who initially remained in Bolsward was to follow several months later. Families
often immigrated together during this era, although young men frequently came first to find work. Some
of these then sent for their wives, children, and siblings; others returned to their families in Europe with
their saved wages. The Ellis Island Emigration records show that Antje and three year old daughter
Grietje were passengers on the Steam Ship Nordam from Rotterdam to New York arriving in New York
on the 5 October 1909. Antje and her daughter Grietje were both classified as non immigrant aliens.
Antje was also in the company of her second cousin Tjipke Knorr. The Ellis Island records give the
following details concerning Antje, anglocised name Anna Feenstra: 29 years of age, 1.65m (5'6") tall,
blonde hair and blue eyes. On April 6, 1907 Matthijs's 21 year old brother Menno (5'4", fair hair, grey
eyes) came to stay with Matthijs and Antje. They were at this time living at 8th Street, Paterson New
Jersey.
Matthijs and Antje returned permanantly to Bolsward, Friesland sometime prior to the birth of their
second daughter Nieskje (Jikke) in 1912. Matthijs and Antje had a third child, a son called Gerard.
In Bolsward, Matthijs continued to work as a carpenter, a profession he was said to be very skilled at.
Matthijs inherited a sizeable family fortune in money and realestate. Antje passed away in 1947 and
Matthijs passed away in the 1950's. Their daughter Grietje married Arnoldus de Vries and had five
children. Matthijs and Antje's second daughter Jikke married Jacob Langenberg and had six children.
In 1959 Jikke and Jacob emigrated to Australia with their four youngest children to join their two sons
Herman and Matthijs (Martin) who had emigrated two years previous. Mathhijs and Antje's daughters
Grietje and Jikke both died of complications from diabettes as had their mother Antje.

Individual Notes

Note for:   Jacob (Jaap) Langenberg,   15 SEP 1913 - 16 MAY 1965         Index

Individual Note:   Born in Sint Annoparochie, Jacob was the eldest of eight children born to Harm Langenberg
(printer/type-setter) and Trijntje Bouma. In his late teens Jacob tried his luck as a greengrocer in
Bolsward. With his goods on a flat top cart he would go from house to house peddling his goods as was
common practice at the time. Between the years of 18 to 20 Jacob served in the Dutch regular army a
compulsory requirement at the time. Five years later with the outbreak of war Jacob was once again
recruited into the army. As a result of the German bombing of Rotterdam the Netherlands capitulated in
1940. Jacob returned to Bolsward a civilian but was soon arrested by the Germans and like many able
young Dutchmen was sent to German Work Camps. Jacob was sent to a work camp in France frome
1942 -1943 and then to Germany from 1943 -1944 before being returned to Friesland where he was
sent to work digging trenches for the German occupiers. In the early months of 1945 Jacob's wife
Nieskje and her friend, whose husband was also in the same work camp, managed to rescue Jacob
from his captors making good their escape on bicycles. Returning to Bolsward Jacob spent many
restless nights hiding from the Germans. On nights when it was known that the Germans were
searching for young Dutchmen for their work camps Jacob would hide in a Bakers Cart in a warehouse
used by the local baker S I Faber. Jacob's son Herman remembers well the night the German Soldiers
came to there family home turning the place upside down in an unsuccessful search for his father. Prior
to and following the war Jacob was a factory worker and deputy in several departments at the Bolsward
dairy factory "Hollandia Ltd" (now owned by Nestle) a producer of milkproducts and foodstuffs (butter,
cream, condensed milk etc.).
In 1955 Jacob and Jikke's two eldest sons, Herman and Matthijs emigrated to Australia. In 1959 Jacob,
Jikke and their remaining children also emigrated to Australia. Jacob found employment with the State
Electricity Commission (SEC) in Yallourn, Victoria as a muncipal worker. On the 16 May 1965 Jacob
was killed in an automobile accident, the other vehicle driven by a drunk driver. Jikke re-married some
years later to Jaap van der Ley. Jikke passed away on the 22nd December 1994 as a result of
complications from diabettes. Both Jikke's mother Antje and sister Grietje had also died as a result of
diabettes.

Individual Notes

Note for:   Klaas Hettes Laagland,   1781 - 23 DEC 1826         Index

Individual Note:   Westermeer

Individual Notes

Note for:   Jopie Ypkes Huisman,   18 OCT 1922 - 29 SEP 2000         Index

Individual Note:   Als jongste uit een gezin van zeven kinderen, bewaarde Jopie Huisman aan zijn ouders en het gezin, waarin hij opgroeide, de beste herinneringen. Evenals aan Workum, waar zij woonden. De natuur van het Friese land gaf hem het gevoel in het paradijs te verkeren. Rijk was men niet, maar voor Jopie lag de rijkdom in die natuur.
Op 14-jarige leeftijd ging hij naar de ambachtsschool, waar hij na twee jaar zijn diploma als huisschilder haalde. In 1942 werd hij opgepakt en op transport gesteld naar Duitsland om daar te werken voor de Wehrmacht. Hij vluchtte in 1943 en dook tot het einde van de oorlog onder in Workum. Hetgeen hij in die oorlogsjaren had meegemaakt, werd voor zijn verdere leven van grote betekenis.
Tegenslag vormde ook nog het feit, dat er bij hem tbc werd geconstateerd.

Na allerlei losse baantjes, begon hij een handel in vodden en oud ijzer. In Herbayum begon hij, zoals hij zei, de kleinste groothandel van Nederland. Al schilderde hij voordien ook wel, zijn grote talent kwam tot ontplooiing door het gat waarin hij viel, toen zijn huwelijk stuk liep.
Waar niemand meer aan hechtte en daarom was afgedankt, werd door hem op het doek gezet en veranderd in iets wat ontroerde. Hij beschouwde zijn schilderstalent als een gave. Iets dat hem blij en dankbaar maakte. In het Jopie Huisman Museum te Workum delen we in die ontroering.


Jopie Huisman werd op woensdag 5 oktober 2000 onder grote belangstelling begraven. Vele Nederlandse beroemdheden waren op zijn begrafenis, onder anderen:Joop Braakhekke, Cor Boonstra, Peter van Straaten enHans Wiegel. In de kerk leidde Freek de Jonge op verzoek van de overledene de bijeenkomst. De Jonge vond het 'wonderlijk met Jopie bijeen te zijn en dat hij 'stil, zelfs doodstil was'. Na de begrafenis was er geen 'koffie in de aula', maar werd er paling gegeten in het Jopie Huisman Museum onder genot van trekzakmuziek.


Op zijn grafmonument treffen we zijn lijfspreuk aan: "hetgeen niet is, kan niet geteld worden".
Jopie Huisman was een authentiek diep gelovig mens. Hij heeft, zoals hij zelf ergens zegt, de Bijbel opgevreten. Zijn lijfspreuk is een citaat uit het boek Prediker. In Prediker 1:15 staat: "…en het ontbrekende kan niet geteld worden".
In dit verband had Jopie Huisman een heel bijzondere ervaring: eens werd hem een oud kabinet te koop aangeboden. Toen de deuren van het kabinet werden geopend, ontlokte de ontdekking van twee paar schoenen de eigenaresse de kreet: "verrek, daar staan moeders eerste en haar laatste schoenen". Huisman wilde het kabinet kopen mèt de schoenen, de vrouw wilde daar echter niets van weten. Toen hij haar voorstelde de schoenen te mogen lenen om er een tekening van te maken, veranderde zij van mening en kreeg Jopie Huisman alsnog die schoenen. Thuis vond hij in de neus van één van de schoenen een prop met daarop de spreuk: "Want hetgeen niet is, kan niet geteld worden".

Jopie Huisman is geboren op 18 oktober 1922 in Workum . Hij was de jongste van het gezin van zeven kinderen (Marijke, Wieke, Fetje, Maaike en Jeltje, Lieuwe en Jotje). Workumers waren arm, maar iedereen kon elkaar en niemand had een hekel aan elkaar. Jopie’s gezin was ook niet rijk maar het Friese land gaf hem het gevoel dat ze in een paradijs leefden. Jopie was een diep gelovig mens. Na zijn lagere school op veertien jarige leeftijd is hij naar de ambachtsschool gegaan. Waar hij na twee jaar zijn diploma als huisschilder haalde. Jopie ging werken in 1938, nadat hij klaar was met zijn school, in de aardewerkfabriek Aurora. In die tijd is hij begonnen met tekenen zonder ooit les te hebben gehad. Hij schilderde het meeste buiten, hij schilderde alles wat hij om zich heen zag en wat hem raakte. Jopie was van jongs af aan sterk naar buiten gericht. Gaf altijd belangstelling voor anderen, liefde voor mensen en dingen vooral voor de zwakke mens in de goot. En voor dingen die af hebben gedaan, afval.

Van 1947 tot 1950 beschildert hij aardewerk in de fabriek van Rintje de Boer en trouwde op 1 november 1950 met Eelkje de boer.Een jaar later over leed zijn moeder, Grietje Huisman. Eelkje en Jopie kregen samen vier kinderen (Ypke, Marretje, Grietje en Jacob).Zij zijn meestal het ontwerp van zijn tekeningen en schilderijen. In 1951 probeerde hij zelfstanding zijn brood te verdienen door geschilderde wandbordjes te verkopen, dat mislukte. Van 1952 tot 1959 ging hij met de vodden kar door de straten van Workum daar zie je dat hij heel veel kleine, gewone, weggegooide, kapotte dingen schilderde, dat zag hij als kunst, stoffige rommelige dingen. Hij schilderde het ook niet anders dan het eruit zag. Als hij mensen schilderde dan schilderde hij alleen de gewone mensen niet de rijke nette mensen. Hij verhuisde naar Franeker in 1960 en gaat daar bij zijn broer in de zaak werken. In 1962 en 1963 waren en enkele tentoonstellingen van zijn werk hoewel hij soms hele perioden helemaal niet schilderde. Er kwamen wel 26.000 mensen naar zijn expositie in Haarlem in vier weken tijd. Hij vestigde zich in 1963 in Herbayum als zelfstandig lompen handelaar. Soms raakte hij jarenlang geen potlood en penseel aan. Pas in 1973, toen zijn huwelijk stuk liep begon hij weer te schilderen. Hij begon zo zijn eigen realistische trant te tekenen. Later begon hij met schilderen. Hij schilderde en tekende zijn verhaal en levensopvatting op papier en doek, dat trok steeds vaker de publieke aandacht. In 1976 hertrouwde Jopie met Ietje Magré. Zijn handel liep erg goed. Omdat er tijdens een expositie schilderijen waren gestolen wou hij nooit meer een expositie en vestigde hij in 1986 een museum van Jopie´s kunstwerken, “het sleeswijckhuys”. Dat museum liep zo goed dat er een groter pand voor moest komen. Het huidige museum is geopend in 1992 geopend. Er is zelfs nog een deel bij gebouwd in 2001. Er zijn al bijna ander half miljoen in het Jopie Huisman museum geweest. Jopie overleed op 29 september 2000. Hij werd begraven op 5 oktober onder grote belangstelling er waren vele Nederlandse beroemdheden.

Beschrijving van de tijd waarin Jopie Huisman leefde

De mensen waren arm in Workum ook Jopie’s familie. Hij probeerde altijd maar wat om geld te verdienen. Maar voor Jopie was Workum een Hemel, maar toen kwam de 2e wereldoorlog, dat was een ware hel voor hem. Thuis was liefde en het echte kwaad in de wereld. Er was nog nooit iemand vermoord in Workum. Opeens zat hij midden in de bombardementen. Halverwege de oorlog begon hij te tekenen, portretjes van oude mensen. Het waren vaak romantische plaatjes. Er kwamen ook al mensen naar hem toen om te vragen of hij een iemand wilde tekenen voor diegene en kreeg dan een rijksdaalder. Jopie werd opgepakt in 1942 en op transport gesteld naar Duitsland om daar te werken voor de “Werhmacht”. Hij vluchtte in 1943 en dook tot het einde van de oorlog onder in Workum. "Dat gevecht kun je alleen maar winnen door je over te geven aan de liefde. Liefde die de fouten die je maakt, scherp belicht, zodat je beseft dat je het kwaad dat je een ander aandoet, jezelf niet kunt vergeven. Daar heb je de ander voor nodig. Die liefde geeft je tegelijkertijd de kracht een ander te vergeven, wat die ander jou ook heeft aangedaan" Dan kan de vijand in jezelf niet onbelemmerd zijn gang gaan en heb je de vijand in de ander liefgehad." Heeft hij ooit gezegd. Hij is toen twee jaar ziek geweest, maar niemand die wist wat er aan de hand was. Pas met de volksdoorlichting vonden ze een vlek op zijn longen, er werd TBC bij hem geconstateerd. Hij mocht alleen nog maar plat liggen, staren naar de balken. Hij heeft toen veel getekend.




Individual Notes

Note for:   Ypke Huisman,    -          Index

Occupation:   
     Place:   Huisarts te Bolsward


Individual Notes

Note for:   Lieuwe Ypkes Huisman,   1795 - 27 JUN 1851         Index

Individual Note:   Lieuwe Ypkes Huisman woont op 10 april 1825 in Wijk G nr 125. Aan de buurman te zien, woont ook hij dan ergens in het Workumer Nieuwland. Nummer G 125 is een nieuw nummer (na 1812) die overal geplaatst kon worden. De rest (tot 120) was redelijk op volgorde. Wijk G was het gebied buiten de bebouwde kom (om precies te zijn buiten de Dolten).
In 1826 komt hij voor op een lijst van de school in it Heidenskip.


woonde in 1826 in it Heidenskip

Individual Notes

Note for:   Bouke Hendriks Lyklema,    -          Index

Occupation:   
     Place:   Stoombootkapitein te Woudsend


Individual Notes

Note for:   Pieter Ypkes Huisman,   1793 - 1 SEP 1862         Index

Individual Note:   Pieter Ypkes Huisman woonde op 9 juli 1819 op Wijk G nr 98, hij was werkman, 26 jaar en gehuwd met Anke Ypkes Visser. Ze kregen toen een kind genaamd Gotje. De getuigen waren zijn vader Ypke Jans Huisman (65 jaar, boer) en Sijmen Lieuwes Boersma (29 jaar, boer).
Pieter Ypkes Boersma woonde op de Grutte Hel in it Heidenskip, de boerderij van Hielke Eelkes de Jong.

Individual Notes

Note for:   Siemon Lieuwes Boersma,    -          Index

Individual Note:   Sijmen Lieuwes Boersma en Grietje Ypkes Huisman woonden ergens in het Workumer Nieuwland in wijk G nr 82.