Individual Notes
Note for: Rudolphus Johannes Rudolphi, - Index
Occupation:
Place: dominee tr Jutrijp
Individual Notes
Note for: Solke Ages Tromp, 22 JAN 1814 - 1 JUL 1878 Index
Occupation:
Place: Sigarenfabrikant,lid gemeenteraad Harlingen
Individual Notes
Note for: Jelle Tjeerds Meinesz, 26 FEB 1836 - 26 MAY 1899 Index
Occupation:
Place: Koopman, houthandelaar
Individual Note: N.V. Houthandel v/h J.T. Meinesz te Harlingen
Individual Notes
Note for: Jelle Harmens Kloosterhof, - Index
Individual Note: Sjoerdtje Jelles Kloosterhof haar vader Jelle Harmens Kloosterhof werd in februari 1761 op de Sint Ursula boerderij in it Heidenskip geboren als zoon van Harmen Teekes en Hielkje Eelkes.
Sjoerdtje, ook wel Sjuttje, was in 1812 bij de naamsaanneming 6 jaar. Ze woonden toen in Workum op de Nije Buert (nu Begine, op de plek waar later het bedrijf zat van de Wed. Willem Bakker in de Begine) waar Jelle boer was. Bij de Beginebrege was een kroeg met de naam "Kloosterhof", genoemd naar de hof die achter dit kafee lag. Ook het erf van Jelle Harmens lag tegen deze Kloosterhof aan. Misschien bezocht hij zo nu en dan de herberg.
Individual Notes
Note for: Harmen Teekes Kloosterhof, ABT 1714 - 27 NOV 1774 Index
Occupation:
Place: Boer op de St Ursala boerderij
Individual Notes
Note for: Teeke Lolles, - 14 MAY 1741 Index
Individual Note: Teeke Lolles of Lolkes overleed op 14/05/1741 op de Sint Ursulapleats in it Heidenskip. In 1708 woonde hij in het huis van de erven van Thomas Jelles, de Reaskurre genaamd (Heidenskipsterdyk 42). Tot 1728 komen we hem hier tegen. Tussen 1730 en 1749 woont hij met zijn vrouw Siouck Harmens op Sint Ursula.
Individual Notes
Note for: Eelke Eelkes Bruynsma, ABT 1668 - BEF 1725 Index
Individual Note: boer op de boerderij Helspaed 3, it Heidenskip
Individual Notes
Note for: Marten Brants van der Goot, 2 AUG 1838 - Index
Individual Note: Het huisje staat nog aan de Jac. Boomsmastraat 43 te Sondel .Hierin zijn Petrus en Maartsje van der Goot-Schuurmans gaan wonen toen hun zoon Hielke met Sjoke Hettinga is getrouwd. Dit was vroeger de bouwpleats maar men noemde het ook wel de 'blikken skuorre'.
Volgens de overlevering hebben de ouders (wonend op de boerderij aan de nu Jac. Boomsmastraat 62) van Brandt Martens (geb. 1869) en Melle Martens van der Goot (geb. 1871, dit is ook de man op de foto) het huisje laten bouwen. Brandt Martens is boer geworden op de boerderij in Sondel en Melle Martens heeft waarschijnlijk tijdelijk in het huisje gewoond en is later naar een boerderij in Wyckel verhuisd. Melle Martens is met Griet van der Gaast (geb. 1877) getrouwd, zij is een dochter van Pieter van der Gaast uit Tjerkgaast. Rond 1900 heeft Brandt Martens de bouwpleats laten zetten. Het aangekochte bos bij de bouwpleats is toen ontgonnen en hier is bouw van gemaakt.
Als eerste huurde Okke van Solkema en zijn vrouw de bouwpleats, Okke bewerkte de bouw en daarnaast was hij ook nog koetsier. Arbeiders bij Brandt Marten van der Goot waren Pieter Spoelstra en Fetse Hoekstra (Fetse Hoekstra woonde naast Brandt) en zij werken op de bouw bij Okke in drukke tijden. Deze boer is in 1920 vertrokken. Omstreeks 1920 is Brandt Martens naar Wyckel verhuisd en heeft geruild van boerderij met zijn broer Melle Martens.
De bouwpleats zag er van binnen uit als volgt. Aan de ene kant was een deur en een rij raampjes, door deze deur was een looppad tot helemaal naar achteren. Daarnaast was een hele rij paardenboxen waar de paarden los in rond liepen. Daarnaast op de foto was de schuifdeur. Een paard en wagen kon zo naar binnen rijden voor het laden en lossen van de zaden. Vandaar de naam bouwpleats deze diende dus voor stalling van paarden en opslag van zaden. Want er werd haver, rogge, aardappelen en koolrapen verbouwd. Geen tarwe want de grond was er hier te arm voor.
Hierna kwam Lolle Oppedyk met zijn vrouw, deze man was bouw en veeboer. Aan de achterkant werd er een stuk schuur bij gebouwd waar aan elke kant 6 koeien konden staan. De koeien stonden met de koppen naar elkaar toe en het middenpad was zo breed dat men er zo een wagen met voer naar binnen kon rijden. Aan de voorkant boven in de schuur zit een raam waar de feint 'Lammert de Koe' kon slapen. Als er in de wintermaanden niet te veel werk was gingen ze in de bossen lysters vangen, hiervoor kregen ze dan een dubbeltje per stuk die dan weer werden doorverkocht naar Frankrijk.
Een paar jaar later werd Jan van der Gaast de nieuwe pachter van de bouwpleats, zoon van Pieter van der Gaast uit Tjerkgaast. Jan had ook een feint en faem. Bij de bouwpleats was nu weer minder bouw en meer grasland. Dit grasland strekte zich ook uit over de weg tot zo=n 150 meter over de heuvelrug, heel vroeger ook wel de Sondeler bergen genoemd. De afscheiding was bij de boerderij van nu Melle en Froukje van der Goot tot aan de Bouwereed. Deze lag eertijds tegenover de autosloperij van Joh. Stegenga. De bomenrij is hier nog een aandenken aan. Over deze Bouwereed had men aansluiting naar de Wyckeler Ywert. Hier moet u bedenken dat de boerderij van Hielke en Sjoke toen nog niet was gebouwd.
Melle Marten en Griet van der Goot-van der Gaast kregen 7 kinderen waarvan hun zoon Marten Melle met Sietske Brouwer trouwde en dezen zijn op het ouderlijke stee gaan wonen. Mede daarom hebben Melle M. en Griet een nieuwe boerderij laten zetten (1928), waar Hielke en Sjoke nu wonen. De bouwpleats is daarvoor afgebroken en de vele materialen o.a. de spanten en de blikken golfplaten zijn in de nieuwe boerderij verwerkt. Later is Petrus Melle van der Goot (geb. 1912) met Maartje Schuurmans getrouwd. Zij zijn ook op het ouderlijke stee gaan wonen en Melle M. en Griet zijn naar de Jachtlustweg 24 in Wyckel verhuisd, waar ook één van hun zoons Cornelis, boer werd. Er hebben na Jan van der Gaast nog meer mensen in dit huis gewoond.
O.a. een zekere Jagersma. Wouter (geb. 1902) en Janna (geb. 1906) Kraak-ten Brink, Wouter was jaren arbeider bij Marten M. van der Goot en Janna hielp ook wel mee om de koeien te melken en soms in de huishouding. Theunis Kraak (geb.1937) is hier geboren. Verder woonden er Rein en Jetske Waaier en daarna Fokke en Harmke van der Berg, zij hebben hier 12 jaar gewoond en Fokke was arbeider bij Petrus M van der Goot. Daarna in 1963 zijn Age en Neeltsje Schilstra er komen wonen, hij was eerst arbeider bij Durk en Jule Dooper-Smeding en later bij Petrus en Ida van der Werf-Postma in Tacozijl.
Voor 1900 was er veel bos in Gaasterland, zo ook bij Sondel. In de jaren 1676 is door een Amsterdamse regent Hiob de Wildt grote stukken grond aangekocht bij Rijs en later is dit door twee van zijn nazaten, vader en zoon David de Wildt flink uitgebreid vooral door David. Er is toen veel grond in Gaasterland in cultuur gebracht. Door de tijden heen is er bij Sondel dan ook bos geplant. Dit bos strekte zich uit vanaf het huis van Lykle Búse (gebouwd in 1898) die aan de ene kant woonde en aan de andere kant Giebe, een oud vrouwtje. Lykle was frij feint en boerenarbeider en bediende ook wel de molen aan de Sondelerdyk. Het huis is nu van Sietze Schaap en Paulien de Vreeze en zij hebben het huis helemaal verbouwd. Het bos grensde tot aan het Heechpaed en de Delbuursterweg, (voorheen wel Delburen' genoemd).
Het bos tegen de Delbuursterweg/Heechpaed noemde men ook wel de ' boomgaard'. Vanaf de weg bij Harm Thiboudier nu L. Koopmans liep een pad door dit bos dat uitmonde tegenover de boerderij (gebouwd in 1645) van Hindrik Ynse (geb.1902)en Ybeltje de Jong-van Elsloo (geb.1906) nu Piet en Hinke Trinks Jac.Boomsmastraat 58. Dit pad had de naam Monkelbaansreed. Een bomenrij is nu nog een aandenken maar werd toen destijds gebruikt door Sieberen Dooper die aan de Delbuursterweg een boerderij met landerijen had (nu Bouwe Dooper) maar ook enige percelen grasland, die achter Piet Trinks lagen, de Polder genoemd. De Monkelbaansreed is afkomstig van de vorige eigenaar voor Sieberen Dooper namelijk Doeke Monkelbaan.
Er liep ook nog een voetpad halverwege de Monkelbaansreed naar het Heechpaed en dit noemde men >it Leantsjeboskreed=. Als men deze boskreed doortrok kwam men uit op de Sânmar, hieraan stonden vroeger twee boerderijtjes. In het eerste boerderijtje woonde Johannes Veldman. Zijn kleinzoon Johannes is nu boer aan de Noorderreed 12. Verderop stond ook nog een boerderijtje dat bewoond werd door Willem Samplonius, daarvoor volgens overleveringen een zekere Kok. De weg van Sondel naar Wyckel heette in begin jaren 1900 de Grindweg.
Het huis waar Jelte en Ulkje Eppinga wonen is in 1924 gebouwd. Zijn pake en beppe Kobus en Romkje Eppinga hebben dit laten zetten. Hun zoon Hendrik (geb. 1897) is met Sietske Dijkstra getrouwd en zijn toen op de boerderij gaan wonen. Op deze boerderij woont nu Willem Eppinga. Naast Jelte en Ulkje ligt een sloot die de Sype heet maar eertijds lag die meer naar Sondel toe, zo ongeveer achter Luut en Wokke ten Brink. Nu woont Egbert Schaap in dit huis.
Waar Uilke en Aagtje Gijzen nu wonen is rond 1912 door Petrus Rekers een paar >ikkers= bos gekocht en gekapt en er werd een huis opgezet en een hok er achter voor 1 koe. Zijn vrouw Tryntje (geb.1867) moest de koe melken en hij zelf had werk als veldwachter in Sondel en Wyckel. In 1925 heeft Durk van der Werf de pleats overgekregen (intussen was er al enige uitbreiding geweest in de veestapel en land) want hij trouwde met Jantje Rekers, dochter van Petrus en Tryntje Rekers Eén van de zoons van Durk en Jantje van der Werf, Gooitzen (geb. 1930) heeft de boerderij later overgenomen maar heeft in 1954 het huis waar Heert en Hinke de Vries nu wonen laten bouwen door timmerman Igge van der Veer en heeft daar een aantal jaren in gewoond met zijn vrouw Rika Kramer. Later hebben Gooitzen en Rika geruild van stee met Hindrik Ynse en Ybeltje.
Gooitzen z'n broer Petrus van der Werf, is met Ida Postma getrouwd en hebben enkele dagen in een woonboot gewoond die in het Swaaigat lag. De kachel werd te warm en de woonboot is afgebrand. Hierna zijn ze op het ouderlijke stee gaan wonen en hebben daar zo=n 7 jaar gewoond. In 1967 zijn Gooitzen en Petrus naar Tacozijl verhuisd vanwege de ruilverkaveling en zijn daar elk op een boerderij gaan boeren. Op de ene boerderij wonen nu Harm en Froukje van der werf-Hoekstra en de ander Durk en Heidi van der Werf-Hak beiden zoons van Gooitzen en Rika.
De boerderij van Petrus en Ida is toen gekocht door Hindrik Gijzen (geb. 1911) die met Uilkje Hoekstra is getrouwd. Zij is een dochter van Fetse en Antje Hoekstra en zijn daar verder gaan boeren. Daarvoor buorken ze op de boerderij van haar ouders. De boerderij van Hindrik en Uilkje is later overgenomen door zoon Uilke die getrouwd is met Aagtje Kuiper. Deze pleats is in 1990 afgebroken en hiervoor in de plaats hebben zij een huis laten bouwen. De pleats waar Fetse Hoekstra en Hindrik Gijzen eerst hebben geboerd is gekocht door Marten Melle en Sietske van der Goot. Zij hebben de boerderij afgebroken en er een bungalow op gebouwd en zijn daar in gaan wonen toen hun zoon Melle Marten is getrouwd met Froukje van der Bij. Nu woont er een dochter van Melle en Froukje, Tiny, zij is getrouwd met Henk Bolding.
De boerderij die Gooitzen en Rika verlieten is gekocht door Jan en Brechtsje Akkerman-Feenstra. Zij woonden aan de Vinkebuurt in Wyckel waar zij een klompenmakers bedrijf hadden die ze in Sondel weer voortzetten. Deze verhuizing was vanwege de aanleg van de snelweg Balk-Lemmer. Sinds 1986 wonen Piet en Hinke Trinks op dit stee. Het huis waar Harmen (geb.1936) en Lolkje Akkerman wonen is in 1886 gebouwd. In 1929 zijn Jan en Aukje Akkerman-Koenen er komen wonen. Hij was aldaar klompenmaker en had 2 koeien. Zoon Harmen Akkerman (geb. 1892) is met Jetske Boersma (geb.1895) getrouwd en zijn op het ouderlijk stee gaan wonen. Harmen zijn ouders hebben toen een huis laten bouwen waar nu Robert Mienstra woont aan de Jac.Boomsmastraat 27. Harmen Akkerman was ook klompenmaker en had ook enkele koeien. Dit is later uitgebreid naar een 30 stuks koeien. De klompenmakerij en de veehouderij is later opgesplitst. Jan Akkerman (geb. 1921), zoon van Harmen is met Brechtsje Feenstra getrouwd en heeft de klompenmakerij meegenomen naar de Vinkebuurt. Roelof Akkerman (geb.1930) is met Grietsje Doornspleet getrouwd en zijn op het ouderlijk stee boer geworden. In 1968 in de ruilverkavelingstijd zijn zij verhuisd naar de Brekkenpolder.
Aan het heechpaed staat een huisje met vroeger enkele grote hokken, nu een zomerhuisje. Dit is gekocht door Haiye Dijkstra. Nu eigendom van dochter Itty Dijkstra. Vroeger woonden er 2 gezinnen in. Aan de ene kant woonden Kees en Gooitske ten Brink (Kees heeft dit huis laten zetten) hij was een losse arbeider en had zelf een paar koeien en wat kleinvee. Aan de andere kant woonden zijn ouders Jan en Wietske ten Brink, zij zijn hier rond 1943 uitgestorven. Hierna zijn Jan en Sjouk Poepjes-ten Brink er in komen wonen. Sjouk is een dochter van Jan en Wietske. Na Jan en Sjouk heeft Meine van Netten er ook gewoond, hij was een broer van Roelof van Netten. Hierna zijn Geert en Sippie Riemersma er komen te wonen, hij was een broer van Homme Riemersma hoefsmid in Sondel. Nadien hebben Johannes en Grietsje Wagenaar-Zwerver er gewoond.
Voorheen was de afscheiding van Sondel en Wyckel het Heechpaed nu is dit de snelweg Balk-Lemmer. De boerderij op de hoek behoorde vroeger dus bij Wyckel en stond aan de Vinkebuurt 175. Deze boerderij met landerijen en een stuk bos is door Hains (geb. 1843) en Piertje Bosma-van der Zee gekocht in 1911 voor hun zoon Doede (geb. 1891). Ze woonden eerst op een boerderij in de Ywert maar zijn met Doede hierheen verhuisd. Dit was ook een dubbel huis. Petrus en Tryntsje Rekers hebben een tijdje in de andere helft gewoond. Doede Bosma is in 1921 getrouwd met Johanna van der Kooy (geb. 1892). In 1956 is dochter Piertje Bosma getrouwd met Klaas Marten Deinum (geb.1924) en zijn daar verder gaan boeren. Thans woont één van hun zoons Doede, op de boerderij en hij is getrouwd met Riemke Tui
Individual Notes
Note for: Melle Martens van der Goot, 27 JAN 1871 - 5 JUL 1957 Index
Individual Note: Zij hebben de boerderij aan de Jagtlustweg te Wyckel laten bouwen waar later hun zoon Cornelis ook ging boeren.
Individual Notes
Note for: Pieter Dirks van der Gaast, 12 MAY 1824 - Index
Individual Note: 1853 Langweer, notaris T. S. van der Ley
Inv. nr. 074028 repertoire nr. 81 d.d. 4 augustus 1853
Huwelijksvoorwaarden
- Pieter Durks van der Gaast, boer te Sloten
- Geertje Aukes Rinkema, dienstmeid te Sloten
Individual Notes
Note for: Klaas Cornelis Nijdam, 19 JAN 1774 - 20 NOV 1845 Index
Individual Note: In't knappe Irnsom oon de Boon
Der is het Jierlijks merke
Of is er just het meast net oon
't Wud der-om al voetsterke
De Sneuntejouns begint het âl
De maaibeam wud dan helle
De bern dij benne dan al mâl
Ik zil jim meer vertelle
De Sneins dan is 't al lustig pret
De moons drinkt elk en Klokje
en dan nei Tjerke mei en zet
En dan al wer en slokje
Met deze regels begint een gedicht uit augustus 1825. Het verhaal gaat nog veel verder. Vooral het vele eten en drinken wordt kleurrijk wordt beschreven. Als de feestvierders op de laatste dag van de kermis opstaan, kijken ze als een gekookte vis ("sjen as seane visk") maar met thee of koffie worden ze weer fris...
Zo ging het er aan toe volgens Klaas Cornelis Nijdam, boer en dichter. Hij schreef in zijn vrije tijd hele schriften vol met korte en lange gedichten, ter gelegenheid van een geboorte, een verjaardagsvisite of zomaar een vertelsel over zijn eigen boerenwerk. Zijn taalgebruik lijkt op een combinatie van Fries en Nederlands, maar door het luidop te lezen is het toch vrij goed te volgen. In feite is dat niet eens zo bijzonder, omdat de tegenwoordige Friese spreektaal meestal ook een mengelmoesje is. Het opvallende is de wijze waarop het is geschreven. We mogen niet vergeten dat velen in die tijd niet of nauwelijks konden schrijven.
Een ander gedichtje: "Bij Irnsum oon / De Stroom de boon / Der stiet en boere-weanje / De hjer ik tuis / Meits nen gedruis / Ik sil Jouw wol beleanje" wordt gevolgd door een soort verontschuldiging van de schrijver: "Taal en spelling mat Jou mij sa vrij wat te goede hoade. Ik schreeuw, of praat er sa wat hinne, sa dat ik het van mij Oaden hjerd, of leerd haw. Mij togte sa Jou koene om mijn broddelwurk ris laakje."
Uiteraard bevat dit proza talrijke woorden en gezegdes die in onbruik zijn geraakt. Enkele jaren geleden, na de ontdekking van deze manuscripten, gaf ik het Frysk Letterkundich Museum een kopie van dit rijmwerk. Later bleek dit "gâns nijsgjirrig taalmateriaal" voor de Fryske Akademy aanleiding het op de bronnenlijst van het "Wurdboek fan de Fryske Taal" te plaatsen. Omdat er weinig van dergelijke handschriften bekend zijn, konden de onderzoekers talrijke woorden eerder dateren dan ze tot dat moment hadden aangetoond.
Klaas Nijdam kwam op 19 januari 1774 ter wereld in Friens, als zoon van Cornelis Clazes Nijdam en Taetske Stevens Reitsma. Klaas Corneliszoon trouwde in 1800 te Irnsum met Antje Ruurds Veemans, die afkomstig was van Akkrum.
Hoewel "het land over de Boorn" bij Idaarderadeel hoorde, voelde K.C. Nijdam zich vooral Irnsumer. Dit blijkt uit zijn gedichten, maar ook uit het feit dat hij hier jarenlang NH-kerkvoogd is geweest. Zijn kleinzoon Klaas Feites de Haan was later op dezelfde plek boer, en ook hij was NH-kerkvoogd.
Nijdam was boer op Ludringa State, gelegen aan de Boorn tegenover de Wijde Steeg. Over de bouw van een nieuwe woning voor zijn boerderij schreef hij het volgende:
"Op het bouwen van mijn nij vor hoes in agtien-honderd-twa-entweintig Mij tinkt mijn hoes / Dat stiet moi proes / En nei mijn wins / Bij Douwma Stins / Ha ik 't besteld / De duiten teld / Oon Eelke baas / En Murk van Raad / De tekening / Al is 't gering / Dat is en ding / Dat komt er bij / En 'd Architek / Mei het bestek / Die wie der ek / Dit sis ik vrij / 't Opzigt der bij / Leeuw dat van mij / Het hoes omheeg / De pongen leech"
In de bijgaande notitie stond dat Eelke van der Linde de aannemer was, Murk Bijlsma (Rauwerd) de verver en J. Tjaarda de architekt.
Klaas Nijdam was de grootvader van "Earme Ântsje", oftewel Antje Baukes Boersma. Diens moeder, Taetske Klazes Nijdam, trouwde in 1835 met Bauke Annes Boersma. Een kleindochter van dit echtpaar, ook een Taetske, trouwde in 1891 met Arjen Schoustra. Anders gezegd: K.C. Nijdam was de overgrootvader van mijn overgrootmoeder. En zo kon het gebeuren dat "die oude schoolschriften" pas jaren later uit een kist tevoorschijn kwamen.
Een ander gedicht "Op myn raekje nijgaes hae", dook op buiten de provincie en is afgedrukt in het Nijdam-familieboek. Volgens deze bron was Klaas Cornelis Nijdam boer op Nijdamstra State, de kop-hals-romp gelegen aan de weg naar Grouw.
Individual Notes
Note for: Cornelis Klaazes Nijdam, 1740 - Index
Occupation:
Place: huisman in Friens bij Irnsemerzijl
Individual Notes
Note for: Hendrik Jakobs Klijnsma, 9 JUL 1901 - 27 MAY 1980 Index
Occupation:
Place: Dreef een klompenwinkel gaaikemastraat 1 te balk
Individual Note: Je voelt op je klompen aan dat het oude, ouderwetse en autenthieke klompenwinkeltje van Gaasterland z'n langste tijd heeft gehad. Het past niet meer in de ruimtelijke ordening die Balk zal opstoten in de vaart der volkeren. Het klompenwinkeltje is gevestigd aan de Gaaikemastraat no. 1 op de hoek bij de klapbrug over de Luts, tegenover café Teernstra. Aan de overkant van de Luts die dwars door Balk stroomt, bevind zich de Amrobank. Je bereikt dat gebouw via een brede stenen trap. Het is de bedoeling dat die trap mettertijd verdwijnt. Dan wordt de grond in de omgeving opgehoogd tot het niveau van het bankgebouw. De oude klapbrug tussen het klompenwinkeltje en de bank zal plaatsmaken voor een brede vaste brug. De oude gereformeerde kerk zal dan worden afgebroken. Maar dat is allemaal gemeentelijke toekomstmuziek die niet kan worden uitgevoerd zolang er nog muziek in het klompenwinkeltje van Hendrik Klijnsma.
Hij is 78 jaar. Zijn winkeltje vormt al 45 jaar het vertrouwde adres voor klompen en laarzen in wijde omgeving. Het pand stamt uit 1850. Voor Hendrik Klijnsma er met z'n vrouw begon was er ook een klompenwinkel in gevestigd. "Toen dreef een oudoom van me de zaak", herinnert Klijnsma zich. "Wij woonden in Ruigahuizen. M'n moeder ging geregeld naar Balk om boodschappen te doen. Voor ze bij de andere winkels was moest ze langs m'n oudoom. daar kocht ze dan meestal de noodzakelijk klompen. Ik hoor haar nog zuchten: "Al m'n geld is al op aan klompen voor ik Balk goed en wel in ben". Die klompen kostten dan 65 cent per paar. Nu is dat al gauw 16 gulden. Vroeger was het zo dat iemand die schoenen droeg z'n medemensen verbaasde uitroepen ontlokte - daar had je waarachtig iemand op schoenen Nu is dat precies andersom. Nu vormen de mensen op klompen de uitzondering.
- Toch zit er nog muziek in de zaak?
'Vooral de kinderklompjes lopen nog aardig. ik verkoop ook 'moderne klompen - instappers van leer dus - van een gulden of veertig. En de laarzen gaan goed. Toch blijven de eerlijke, ouderwtse houten klompen de hoofdzaak en de blik vangers van m'n winkeltje. Er blijken altijd nog liefhebbers voor te zijn. In de zomermaanden zet ik m'n vrolijk geel, zwart of rood gekleurde klompen buiten voor de deur. Daar komen de vakantiegangers gretig op af'.
. Het interieur van de klompenwinkel is al 45 jaar onveranderd gebleven. Hendrik Klijnsma verzorgt z'n huis prima. - Ze worden waarschijnlijk ook aangetrokken door de ouderwetse sfeer, de prachtige tegels, de karakteristieke gevel van het huis'.
'Daar komen ze inderdaad vaak op af. Maar ze gaan meestal mét klompen de deur uit. Die gevel valt onder monumentenzorg. Er is al heel wat om afgestreden. Maar voorlopig blijft hij beschermd. Voor de rest zeg ik eerlijk: geef mij, als ik jonger was, maar een licht comfortabel nieuw huis. ik geef geen fluit om die zogenaamde nostalgie als het gaat om vroeger. Neem nu dit huis. er is bijvoorbeel geen w.c. in. Ik behelp me met een ouderwets 'huske'. Dat klinkt romantisch. Maar het is in het gebruik minder romantisch'.
De heer Klijnsma heeft z'n huis en winkel keurig inorde. De planten staan er hartje winter vrolijk bij. Het is er gezellig, opgeruimd en warm. De koffie smaakt lekker. De winkelbel gaat geregeld. Dan gaat Hendrik Klijnsma naar voren. Of de klanten lopen gewoon door naar achteren. Kleine kinderen weten 'pake'precies te vinden en komen vrijmoedig de huiskamer binnen. 'Pake, wy moatte klompkes hawwe. Mem wachtet foar'. 'No leave, dan komt pake gau mei hear'. En daar gaat pake weer. Ík houd de winkel vooral aan voor de gezelligheid, voor het contact met de buitenwereld'. zegt de heer Klijnsma als hij klaar is met z'n klanten. 'De handel zoals ik die bedrijf is natuurlijk niet lonend meer voor jongeren. De winkel was trouwens vooral het werk van m'n vrouw.
Hoewel Hendrik Klijnsma alles weet over slachten, kippen plukken en meer van die bloedige zaken, vertelt hij toch liever over klompen.
Soms moet er een trapje aan te pas komen, dat overigens ook al zo'n vijftig jaar oud is. Ik was vroeger meestal op pad. ik handelde in kippen, konijnen, gevogelte reeën en dergelijke. Ik slachtte in het hok achterhuis. Toen de Ambonezen op de Wyldemerk in Gaasterland woonden dreef ik een levendige handel in levende kippen met hen. Ik mocht voor hun niet slachten. Daar hadden ze hun eigen rituele methoden voor. Die zijn heel wat wreder dan de onze'. Er volgt een plastisch verhaal over het verschil in slachtmethodes. De heer Klijnsma weet met z'n 78 jaar nog steeds van wanten op dit terrein. Maar daar timmert hij liever niet mee aan de weg. Hij hamert op z'n klompen. Dat is vreedzamer.
- Woont en werkt u hier helemaal alleen?
Dat kan niet anders, hè? M'n enige dochter is getrouwd met een boer in Nijemirdum. Zij en haar gezin houden de zaak wat in de gaten Ze wast de gordijnen en zo. M'n vrouw overleed drie jaar geleden. Huishouden, wassen, de winkel, eten koken, die dingen doe ik allemaal zelf. Ik stof af met een plumeau van Afrikaanse struisveren. Die kreeg ik van de enige zoon van m'n buurvrouw. Die woont in Afrika maar hij zoekt z'n tachtigjarige moeder om de paar jaar enkele weken op. Als hij er niet is, komt m'n buurvrouw 's morgens bij mij koffiedrinken. Omdat ik de beste ben van ons tweeën, kook ik iedere dag voor haar en mezelf. Als het eten klaar is roep ik en ik geef het haar over de schutting. We eten ieder in ons eigen huis. Ik wil wat privacy houden'. De winkelbel gaat opnieuw. Het blijkt weer om klompen begonnen te zijn.
De gevel van het klompenwinkeltje van Hendrik Klijnsma staat te lonken en te pronken naar de klapbrug. Nog wel.
'Vroeger verkochten we wel 100 paar per week', zegt Hendrik Klijnsma. Die tijd is voorbij. Maar te oordelen naar de klandizie op een doorsnee-ochtend in de winter is de rol van het klompenwinkeltje beslist nog niet uitgespeeld. Trouwens - de sfeer op zichzelf is beslist de moeite waard. Hendrik Klijnsma is en blijft handelsman en realist in hart en nieren. Hij zegt: Ík zelf prefereer de nieuwe superwinkels'. 'Maar wie daarmee is opgegroeid en er z'n buik eens vol van heeft treft in het klompenwinkeltje een andere wereld aan. Nòg wel.
artikel uit de Friesland Post (48) van januari 1980 geschreven door Amarins de Jong