Individual Notes

Note for:   Jisck Pytters Boltjes,   20 OCT 1700 - 26 JAN 1776         Index

Individual Note:   Bolsward 1776 2297(=grafnummer Broerekerk te Bolsward) Den 26 ianuarius 1776 is overleeden Isk Boltjes wed: C. Buwalda in leeven ontfanger tot Burgwert oud 75 iaar & 9 maanden legt alhier begraven broerkerk

Individual Notes

Note for:   Arjen Klazes Buwalda,   1 DEC 1729 - 17 SEP 1807         Index

Occupation:   
     Place:   Houtkoper.

Individual Note:   Statenbijbel. In 1729 gedrukt bij Pieter en Jacob Keur te Dordrecht. Kaft met leer en koperbeslag. Voor in de bijbel losse vellen papier met daarop notities inzake het gezin van Arjen Buwalda (geboren 1729) en Janke Stapert (geboren 1730). Deze aantekeningen zijn gemaakt naar aanleiding van geboorten en overlijdens van familie- en gezinsleden en andere speciale gebeurtenissen. Zo noteert Arjen Buwalda "Den 20 Januari 1763 ben ik met peerd en Sleed van d: Lemmer gereeden over zee na Inkhuisen daar te Stee".
Achtergrondinformatie De bijbels is van Arjen Buwalda terecht gekomen in de familie Buwalda van Haga




1810 Lemmer, notaris J.H. de Carpentier
Inv. nr. 098001 repertoire nr. 31 d.d. 27 januari 1810
Boedelscheiding
Betreft de scheiding van onroerende goederen te Lemmer
- Ane Buwalda te Sneek
- Geesjen Witteveen te Lemmer, weduwe van Klaas Buwalda als
     moeder van en voogd over Cornelis, Arjen, Sjoerdje en Auke
     Buwalda
- Janke Buwalda te Lemmer, gehuwd met Johannes van der Zweep
- Arjen Buwalda van Haga te Sneek
- Bauke Haga te Sneek
- Janke Haga te Akkrum, gehuwd met F. Holkema
- Sietske Haga te Ferwoude, gehuwd met Cornelis Cuipers
- Jouwert Buwalda, koopman te Lemmer
- Arjen Buwalda te Lemmer, in leven gehuwd met Janke
     Jouwerts Stapert, beiden als erflater; beiden in leven
     woonachig te Lemmer

Individual Notes

Note for:   Janke Jouwerts Stapert,   1730 - 16 MAY 1809         Index

Baptism:   
     Date:   25 FEB 1730/31
     Place:   Lemmer

Individual Note:   1810 Lemmer, notaris J.H. de Carpentier
Inv. nr. 098001 repertoire nr. 31 d.d. 27 januari 1810
Boedelscheiding
Betreft de scheiding van onroerende goederen te Lemmer
- Ane Buwalda te Sneek
- Geesjen Witteveen te Lemmer, weduwe van Klaas Buwalda als
     moeder van en voogd over Cornelis, Arjen, Sjoerdje en Auke
     Buwalda
- Janke Buwalda te Lemmer, gehuwd met Johannes van der Zweep
- Arjen Buwalda van Haga te Sneek
- Bauke Haga te Sneek
- Janke Haga te Akkrum, gehuwd met F. Holkema
- Sietske Haga te Ferwoude, gehuwd met Cornelis Cuipers
- Jouwert Buwalda, koopman te Lemmer
- Arjen Buwalda te Lemmer, in leven gehuwd met Janke
     Jouwerts Stapert, beiden als erflater; beiden in leven
     woonachig te Lemmer

Individual Notes

Note for:   Tjitte Holkema,   1 NOV 1872 -          Index

Occupation:   
     Place:   Boeren knecht;veehouder te Broek


Individual Notes

Note for:   Johan Schot,   6 AUG 1888 - 10 DEC 1926         Index

Occupation:   
     Place:   typograaf


Individual Notes

Note for:   Johan Schot,   15 JUL 1911 - 1991         Index

Occupation:   
     Place:   Directeur anoz ziekenfonds


Individual Notes

Note for:   Job Nicolaas Schot,   2 AUG 1913 -          Index

Occupation:   
     Place:   Alg. proc. houder NV Philips


Individual Notes

Note for:   Frans Jan Schot,   6 JUL 1926 -          Index

Occupation:   
     Place:   Dir. gemeentewerken zuidlaren


Individual Notes

Note for:   Henk Dories,    -          Index

Occupation:   
     Place:   Eerste stuurman op coaster ;later magazijnbeheerder


Individual Notes

Note for:   Gijsbert Jetses Holckema,   1550 - 1593         Index

Individual Note:   Woonde aan de Kerckstraat te Bolsward
De genealoog R.S. Roorda te Leeuwarden noemde in zijn boek "Us Ierdske Honk" als oudste stamvader van de tegenwoordige Holkema's een zekere Gijsbert Jetses. Deze Gijsbert Jetses heb ik inderdaad ook gevonden. Hij en zijn vrouw "Jan" komen nl. enkele malen voor in proclamatieboek V 1 van het oude gerechtelijke archief van Bolsward:
1.op 11 Juni 1589 werd bij aankoop van een huis in de Kerckstraat te Bolsward door ene ... Sijberts, Gijsbert Jetses als "aangrenzend ten Noorden" genoemd;
2.op 28 Januari 1592 werd melding gemaakt van aankoop van "een huys met toebehoren, staande binnen dezer stede op de Kerckstraat" door Gijsbert Jetses en Jan "sijn wijff";
3. op 12 December 1593 wordt door "Jan Gijsberts weduwe" bezwaar aangetekend tegen verkoop van een huis aan de Kerckstraat;
4. op 13 Februari 1594 bericht van verkoop van een huis met toebehoren aan de Kerckstraat (voor F 200,-) door Jan Gijsbrt Jetses weduwe.

Uit een en ander valt te concluderen, dat Gijsbert Jetses in 1589 in Bolsward woonde, aldaar in 1592 een (ander) huis kocht (in de Kerckstraat) en vóór 12 December 1593 overleden moet zijn.
In het "Register van de Personele Impositie 1578-1579 (een soort personele belasting) komt Gijsbert Jetses echter niet voor. Wel wordt daarin vermeld een Gijsbert Lianquart (of Liauquart), wonende in de Merckstraat, die echter waarschijnlijk niet de vader van Jacob Gijsberts was. Jacob Gijsberts had nl. een broer Jetse.

   
Een en ander zou er op kunnen wijzen, dat Gijsbert Jetses ná 1579 van elders naar Bolsward is gekomen. In het Burgerboek van Bolsward, waarin alle burgers, die zich in Bolsward ves- tigden, worden vermeld, komt hij echter niet voor. Het is aan te nemen, dat Gijsbert Jetses vóór 1579 trouwde, aangezien zijn zoon Jacob Gijsberts, waarschijnlijk het 2de kind, begin 1579 werd geboren. Naar schatting zou hij dan rond 1550 geboren zijn. Maar daaromtrent ontbreekt tot nu toe ieder gegeven.

In het hiervoor genoemde register komt verder nog een Anna Jetse-weduwe voor, wonend Ganzebaen, Bolsward. Dit zou evt. de weduwe van de vader van Gijsbert Jetses geweest kunnen zijn. Betr. deze Jetse heb ik tot nu toe niets kunnen vinden.
Kan, zoals hiervoor gezegd, nog niet met volle zekerheid worden gesteld, dat Gijsbert Jetses een voorvader van de tegenwoordige Holkema's is, bij Jacob Gijsberts, die dus hoogstwaarschijnlijk zijn zoon was, is dit wel het geval. Deze Jacob Gijsberts had, zoals gezegd, een broer Jetse. Jetse Gijsberts, van beroep "slotmaker", trouwde op 22 december 1609 met ene Griet Wifsz. De moeder van Griet was Nelle Wifsz, terwijl zij een broer Hille had, die doodgraver en schipper was. Jetse was ook burger hopman. Hij werd op 12 februari 1609 lid van de hervormde kerk en in 1619 en 1625 als diaken genoemd. Er zijn geen kinderen van Jetse G. bekend. Op de lidmaatslijst van de hervormde kerk van 1661 komen Jetse en zijn vrouw niet meer voor, zodat ze voor die tijd overleden moeten zijn. In een testament van 22 mei 1655 vond ik toevallig Jetse G. als getuige, zodat hij toen dus nog leefde. In het hypotheekboek CC4 v. Bolsward komt d.d. 25 juli 1632 een schuldbekentenis voor van Jetse Gijsberts, burger en hopman, à 100 gld. aan zijn broer (aldus in de akte genoemd ) Jacob Gijsberts, burger en gezworen gemeensman, en Ancke Willemsdr. (zijn vrouw).
Helaas heb ik nog niet kunnen uitvinden wanneer Jetse G. geboren werd. Uitgaande van het toenmalige gebruik, dat de oudste zoon naar de grootvader van vader's kant werd genoemd, zou hij de oudste zoon moeten zijn geweest. Jacob zou dan naar de grootvader van moeder's kant genoemd kunnen zijn.
Of Jacob en Jetse nog verdere broers en/of zusters hebben gehad, heb ik tot nu toe niet kunnen vinden.

Individual Notes

Note for:   Jetse (Oenes?) Holckema,   ABT 1530 -          Index

Individual Note:   In hoeverre Jetse en Jacob de naam Holkema reeds hadden dan wel dat deze naam later werd aangenomen is niet bekend (ze werd voor het eerst vermeld gevonden bij de achterkleinkinderen van Gijsbert Jetses). Wel bestond de naam Holkema als familienaam reeds veel langer, maar het is niet vast te stellen of bovengenoemde Jetse, zijn zoon Gijsbert Jetses enz. daarvan afstammen.

In een oud geschiedenisboek, n.l “Chroniek van Vriesland” van P. Winsemius, uitgegeven in 1622, wordt nl. melding gemaakt van Holkema’s, die eind 12e, resp. begin 13e eeuw ten zuiden van Texel veel grond bezaten.
Mede doordat deze Holkema’s (en waarschijnlijk ook anderen) afwateringen door de duinen hadden gegraven om de overlast van het door de rivieren (IJssel en Vlie) aangevoerde water kwijt te raken, werd bij een zware storm veel land weggeslagen of onder water gezet. Waarschijnlijk hebben die Holkema’s daarbij veel van heb bezit verloren. Nadat in 1268 ook nog een stins van de Holkema’s op Vlieland bij een plundering ten onder was gegaan (weer volgens bovengenoemde geschiedschrijver) weten we niet waar de Holkema’s toen gebleven zijn. Dat ze zich in het westen van Friesland gevestigd hebben is echter zeer wel mogelijk, temeer daar later bij Midlum (bij Harlingen) nog een Holkema-stins zou hebben gestaan (aardrijkskundig woordenboek van 1844)

De geslachtsnaam Holkema zou een afgeleide kunnen zijn van de Holckstre Saete te Midlum.
In het register van aanbreng van 1511 deel 3 s 288 op 1546 vinden we het volgende:
""Haye Pieterzoon heeft ons schriftelijcken aangegeven ende bij zijnnen eede verclairt te gebruijcken Holckstre Saete mijt die principail holcke dair thuijs op staet 't welck is die groote holck ende mijttet saetlandt rondt om 't huijs ende fenne op die zijde van 't huijs ende hooch camp bij litke holck ende litke holck selven""
Voorts vinden we in ""Rekken oer it boekjier 1606/1607 fan de
ûntfanger-generaal fan de kleasteropkomsten yn Fryslân,
Joannes Henrici Rhala
útjûn troch P . Nieuwland en J.A . Mol "" een Sybe Hommes te Midlum:

Sybe Hommes op Holcke erffgen. 55 pond., daervan die 25
pond. à 32 st. ende die 30 à 30 st., fc. 8

De eenheden zijn: fc. facit; pond. pûnsmiet (± 0,36 hektare; 240 st. stoer(en)


MIDLUM, weleer ook Midlama genoemd en in een bul van Paus Innocentius II, onder den naam van Mitlinge voorkomende, d., prov Friesland, kw. Westergoo, griet. Franekeradeel, arr. en 5 1/2 u. W. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. O. van Harlingen. Men telt er, met de uitgebreide Koningsbuurt, 56 h. en 620 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw, hebbende men er zeer voortreffelijke landerijen en zeer hooge en vruchtbare terplanden. Ook zijn er zes tigchelwerken, twee kalkovens en twee houtzaagmolens.
Door de buurt van dit dorp loopt de weg van Harlingen naar Franeker en Leeuwarden, doorgaans de Witte-Weg genoemd, nu vervangen door den straatweg en door het behoor van het dorp ook een gedeelte van de vaart tusschen die beide steden, waardoor dit dorp veel doortogt heeft.
De Herv., die er 550 in getal zijn, onder welke 100 Ledematen, maken eene gen. uit, die tot de klass. en ring van Harlingen behoort. De eerste, die er in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Albertus Hesselius Reen, die er in 1573 Priester was en na de Reformatie hier de Hervormde leer gepredikt heeft. Waneer hij overleden of vertrokken is, vindt men niet opgetekend; maar in 1605 stond hier reeds Hesselius Alberti, die vermoedelijk zijn zoon was, en in 1607 ook de vakante gemeente van Pietersbierum bediende. Hij stond nog in 1611 te Midlum, doch moest in het jaar 1612 of 1615 overleden of vertrokken zijn; want in het laatstgenoemde jaar Christoforus Hardenbergius van Schingen herwaarts beroepen. Onder de later hier gestaan hebbende Leeraren verdienen melding Joannes a Mark, die hier in 1675 in dienst kwam en in het volgende jaar als Hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Groningen en van daar naar Leyden vertrok, alwaar hij den 30 Januarij 1731 overleed, en Johannes van der Waeijen, die hier in het jaar 1700 in dienst kwam en in Maart 1702, als buitengewoon Hoogleeraar in de godgeleerdheid, naar Franeker beroepen werd, waar hij gewoon Hoogleeraar werd in 1704 en † den 9 Dec. 1716. De kerk, welke op eene hooge terp staat, en vóór de Reformatie aan den H. Nicolaas was toegewijd, bragt den Pastoor jaarlijks 100 goudgulden (150 guld.) op, en aan den Proost van St. Janskerk moest men 8 schilden (18 guld.) betalen. Deze kerk, een langwerpig vierkant gebouw, heeft een netten predikstoel aan het oosteinde en de kosterij ten N., uit welke een ingang in de kerk in. Zij is van een fraai orgel voorzien, hetwelk door onderlinge bijdragen der gemeenteleden gemeenschappelijk bekostigd en den 4 Februarij 1812 is ingewijd; het orgel, dat vroeger in deze kerk was, werd later nog in de Evangelische Luthersche kerk te Harlingen gebruikt.
Ten Z. van het kerkhof en daaraan verbonden was vroeger een groot plein, op de zelfde hoogte als het kerkhof, waar men openbaar regt hield onder den blooten hemel, welk plein Frittema-Weerstal heette.
De R. K., die er 70 in getal zijn, behooren tot de stat. van Harlingen.
De dorpschool, welke hier in 1837 nieuw gebouwd is, wordt gemiddeld door een getal van 100 leerlingen bezocht.
Men had hier oudtijds vier staten, waaraan ook het regt tot het ambt van Grietman verbonden was, als: Riemersma, Frittema, Holkema en Laus; insgelijks waren onder het behoor van Ludingakerk drie zulke staten, met name Eseluma, Aynstra en Saltripeta, alle welke reeds voorlang vernietigd zijn.
Het oude klooster Ludingakerk, ten Z. O. van de buurt, over de Koetille gelegen, behoorde onder dit dorp, welk klooster in 1516 verwoest is.
Onder dit dorp ligt eene zware brug over de Harlinger-vaart, Koetille genaamd, en verder noordwaarts Ungaboer, welke naam ook nog aan een ander boerenhuis en tigchelwerk, op die hooge, aan de Harlinger-vaart gelegen, gegeven wordt.
De kermis valt in de Paaschweek.
Midlum is de geboorteplaats van den jeugdigen nederduitsche Dichter Sicco Godefridus Nauta, geb. 30 Januarij 1786, † 10 December 1804.
In het jaar 1571 werd op den persoon Melchior, voorheen wever te Midlum, eene premie van 50 guld. gesteld, voor dengene, die hem levend of dood in handen der justitie zou leveren; zijne misdaad was de belijdenis der Hervormde godsdienst.


Individual Notes

Note for:   Jetse Gijsberts Holckema,    -          Index

Occupation:   
     Place:   Slotenmaker

Occupation:   
     Place:   Burger hopman


Individual Notes

Note for:   Claes Jacobss,    -          Index

Occupation:   
     Place:   Koemelker te Stiens