Individual Notes

Note for:   Imke Rienstra,   1799 - 21 JUN 1879         Index

Baptism:   
     Date:   19 AUG 1799
     Place:   Sneek

Individual Note:   voor zij weduwe werd woonde Imke aan her Grootzand op de hoek van wat nu nog de "Napjussteeg" heet en waar haar man zijn kleermakerij" had. In dat huis waren ook hun kinderen geboren.
Op de kruising van het Kleinzand en de toe" nog ongedempte Poortezijlen stond en staat nog steeds her witte huis met de trapgevel waarin Imke Rienstra woonde. Ze
was een goudsmidsdochter, geboren in 1799 en de tweede vrouw van Auke Stam van Nabjus.
Zij had een wat stroeve Friese natuur met weinig geneigdheid tot lachen. Plicht en werkzaamheid behoorden tot haar grondbeginselen vandaar dat Imke al in de kakstoel zat te breien.
Na de dood van haar man verhuisde lmke naar het huis met de trapgevel op het Kleinzand waar oom Hajo en vader als kleine jongens vaak hebben gelogeerd. De "mooie" kamer voor aan de straat werd, gelijk toenmaals het gebruik was niet bewoond. Men huisde in de niet ongezellige kelderkamer, waarvan de ramen halfweg de grond kwamen. Aan de wand hingen vermanend de portretten van Luther en Calvijn opdat men niet één stap bezijden het pad van bet rechte geloof zou wagen. Die gedachte kwam bij overgroot- moeder overigens niet op. Zondags ging zij drie keer naar de kerk vergezeld van haar dochters, die dan over hun crinolines de fraaie doeken droegen met een waarvan nog mijn fauteuil is bekleed. Koude voeten hoefde men in de kerk niet te hebben want de stovenzetter informeerde steeds vriendelijk: "Is er ook een van de frouwlju die nog een kooltsje hè wu?"
'S-Morgens passeerde langs de Poortezijlen de melkboer in zijn schuit, leverde zijn melk bij de kelderkamer af en informeerde dan steeds belangstellend naar de ".litze ben" (oom Hajo en vader). En daarmee houdt dan mijn kennis van het leven in het huis op het Kleinzand op".

Website Stamboom Rienstra: http://home.hccnet.nl/j.rienstra/riengen.htm

Individual Notes

Note for:   Petrus Jans Rienstra,   26 AUG 1773 - 1855         Index

Baptism:   
     Date:   2 SEP 1773
     Place:   Sneek


Individual Notes

Note for:   Pyter Jans Rienstra,   1717 -          Index

Baptism:   
     Date:   8 MAY 1745
     Place:   Sneek

Occupation:   
     Place:   zilversmid, burgersergeant en gemeenteraadslid

Individual Note:   Zijn naam was eerst Jan Pyters, op 18 december 1811 wordt zijn naam Rienstra.

Individual Notes

Note for:   Ysbrant Jans Rienstra,   29 OCT 1775 -          Index

Occupation:   
     Place:   boendermaker, sjouwer, koopman, volgens een militieaanduiding van 1814 miste IJsbrand een oog


Individual Notes

Note for:   Johannes Jans Rienstra,   1782 - 15 AUG 1852         Index

Occupation:   
     Place:   Koopman te leeuwarden


Individual Notes

Note for:   Jan Pyters,   1691 - 22 AUG 1758         Index

Occupation:   
     Place:   uurmaker


Individual Notes

Note for:   Pytter Pyters,   1663 - 1758         Index

Occupation:   
     Place:   meester gortmaker en timmerman


Individual Notes

Note for:   Hendrik Herman Binnema,   1879 - 28 FEB 1959         Index

Occupation:   
     Place:   Pastor


Individual Notes

Note for:   Harmen Jacobs Binnema,   6 SEP 1849 - 12 NOV 1909         Index

Individual Note:   Binnema, Harmen Jacobs (1849-1909)

Gereformeerd predikant

Harmen Jacobs Binnema werd geboren op 6 september 1849 in Luinjeberd, gemeente Aengwirden, in de zuidoosthoek van Frie­sland, als zoon van Jacob Hendriks Binnema en Hendrikje Har­mens Knol. Hij trouwde op 8 oktober 1875 in Terneuzen met Johanna Kaatje Mulder. Uit dit huwelijk werden vijf zoons en één dochter geboren; twee zoons volgden hun vader in het ambt van predikant. Ds. Binnema overleed op 12 november 1909 in Tilburg.

Harmen Jacobs Binnema groeide op in een arbeidersgezin. Na de lagere school ging hij in de leer op een scheepstimmerwerf. Zijn patroon, Marten Busstra, hoorde bij de afgescheidenen die in 1834 de Neder­landse Hervormde Kerk hadden verlaten. Door hem leerde Binnema het evangelie kennen. Hij was niet kerks opge­voed, maar kwam tot bekering toen hij 14 of 15 jaar oud was. Dadelijk raakte hij betrokken bij het kerkelijk jeugdwerk in de 'knapenvereni­ging' en hij stond dan ook al spoedig bekend als 'de vrome Binnema'.

De strijd om het bestaansrecht - tegenover de hervormde kerk - en om vrijheid van godsdienst - tegenover de overheid - was voor de afgescheidenen in het begin allesoverheersend. Een gere­geld kerkelijk leven kon daardoor pas in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw tot ontwikkeling komen. In dit verband erkende men ook de zending als taak van de kerk. Er werd een opleiding voor zendelingen opgezet, onder leiding van ds. J.H. Donner in Leiden. De jonge Binnema zag het als zijn roeping om zendeling te worden in Nederlands-Indië. In 1874 begon hij aan de oplei­ding, maar hij kon zijn studie niet afma­ken. Na een jaar moest hij trouwen en vatte hij noodge­dwongen het scheepstimmervak weer op.

Toch kreeg hij alsnog de mogelijkheid om het evangelie uit te dragen, niet onder de 'heidenen' in Indië, maar onder de rooms-katholieken in Vlaanderen. In 1877 werd hij door de Belgische Christe­lijke Zendingskerk benoemd als bijbel­lezer-colpor­teur in Oostende. In deze havenstad woonden slechts enkele protestantse gezinnen. Binnema's werk omvatte echter meer dan de geestelijke verzorging van deze kleine kudde. Hij trok erop uit - in Oostende en de wijde omgeving - om bij­bels, nieuwe testamenten en andere lectuur te verkopen, en om met mensen in gesprek te raken over het ge­loof. Zijn werk werd later beschreven door Jan Veltman in de roman De Vlaamsche Scharenslijper. Binnema stond model voor de figuur van Ponton in dat boek.

Vanwege zijn ervaring met het werk onder rooms-katholie­ken kreeg Binnema in november 1887 een benoeming als bijbelle­zer-colporteur in Noord-Brabant, met als standplaats Tilburg. Naast de 'zending onder de heidenen' was men ook meer en meer het belang gaan inzien van evangelisatie in eigen land, vooral in het Zuiden. Vanouds waren alleen de Brabantse noordwesthoek en het Land van Heusden en Altena grotendeels protestants. Allerlei pro­tes­tanten waren echter verspreid in de provincie komen wonen voor hun werk, bijvoorbeeld bij de spoorwegen, de poste­rijen of de douane. Maar ook de industriali­satie en de ontginnin­gen in de Peel trokken arbeids­krachten van boven de grote rivie­ren aan.

In de hervormde gemeenten in het Zuiden gaf de vrijzin­nigheid destijds de toon aan. In de rooms-katholieke kerk stonden traditie en leergezag kennis van de bijbel in de weg. Ortho­doxe protestanten zoals de afgescheidenen zagen het dan ook als hun roeping zich te weer te stellen tegen dit protes­tantse 'ongeloof' enerzijds en rooms-katholieke 'bijgeloof' ander­zijds.

In Tilburg stond sinds 1874 een evangelisatie-lokaal, waar geregeld werd gepreekt en waar voor kinderen zondags­school werd gehouden. Omdat de gemeenschap in Tilburg te klein was om een en ander in stand te houden, zorgde een provinciale com­missie voor de fondsenwerving. Voorzitter was de Bossche predikant ds. Js. van der Linden. Deze ging voor zijn gezond­heid jaarlijks kuren in Oostende en kwam daar in contact met Binnema. Die leek hem voor Tilburg de juiste man op de juiste plaats.

Binnema nam de benoeming aan en werd op 8 maart 1888 in Til­burg geïnstalleerd. Voor de kleine kring van gereformeerden verzorgde hij bijbellezingen, bidstonden en catechisaties. Ook rooms-katholieken trachtte men voor de bijbel te interesseren, zowel in de erediensten als door de zondagsschool. Persoonlij­ke contacten legde Binnema door middel van huisbezoek en ziekenbezoek. Een bijzondere gelegenheid voor evangelie­verkon­diging vormden begrafenissen, waar soms honderden mensen aanwezig waren.

Binnema verwachtte weinig heil van disputen over de strijdpun­ten met Rome. Veeleer streefde hij naar de vorming van kernen van gelovige protestanten, die een positieve uit­straling zouden hebben. Daarom hechtte hij veel waarde aan een actief verenigingsleven rond de kerk. Er was een zangvereni­ging voor het oefenen van de psalmen, een zendingsvereni­ging, een jongelings-, een meisjes- en een knapenvereni­ging. Verder was Binnema overtuigd van de noodzaak van christe­lijk onder­wijs in Tilburg. Daarin zal zeker ook zijn vrouw een rol hebben gespeeld: haar vader was een van de pioniers van het christelijk onderwijs in Zeeland. Een eerste aanzet werd gevormd door de Christelijke Bewaar- en Handwerkschool, die in 1891 van start ging. In 1899 werd een schoolvereniging opge­richt, waarvan ds. Binnema de eerste voorzitter was. Acht jaar later kon deze vereniging in Tilburg een School met den Bijbel openen.

In 1892 werd Binnema toegelaten tot het ambt van predi­kant; hij had daarvoor weliswaar niet de vereiste theologische opleiding, maar beschikte wel over bijzonde­re gaven. Hij bezat 'eene natuurlijke welsprekendheid, gepaard met veel vrijmoe­digheid'.

Het arbeidsterrein van Binnema beperkte zich overigens niet tot Tilburg. Met een spoorabonnement doorkruiste hij heel de provincie. Hij werkte in plaatsen waar geen ge­meente was - onder gereformeerden in de verstrooiing - maar ook in kleine gemeen­ten die zich geen eigen predikant konden veroorloven. Het evangelisatiewerk in Breda zette hij voort. Vanaf 1890 ver­zorgde hij wekelijks catechisa­ties, ook voor militairen die daar in garnizoen lagen. In 1891 werd er een eigen lokaal gehuurd, waar elke zondag werd ge­preekt. Binnema reisde naar Helena­veen, waar turfgravers uit Overijs­sel waren komen wonen. Wekelijks gaf hij catechisatie in Helmond, dat jarenlang geen predikant had. Elke maand preekte hij een zondag in Roosendaal of in Drimme­len. Met bijbelcol­porteur H. Dekker, die later ook predikant werd, begon hij het werk in Venlo, de eerste post in Limburg.

Bovendien hield hij spreekbeurten in heel het land om voor de evangelisatie in het Zuiden gelden in te zamelen. Deze collec­tereizen vormden een belangrijke bron van inkomsten, naast de jaarlijkse bijdragen van kerkelijke gemeenten en particulie­ren.

Vanaf 1903 werkte ds. Binnema in Eindhoven. Op grond van het toenemend aantal leden kon daar in 1908 een zelfstandige kerk worden geïnstitueerd. Deze kerk bracht in maart 1909 een beroep uit op ds. Binnema. Omdat hij zich graag wilde wijden aan de verdere opbouw van de kerk van Eindhoven, nam hij dat beroep aan. Door ziekte was hij echter gedwongen die toezeg­ging terug te nemen. Zijn werk moest hij neerleggen. Op 12 november 1909 overleed ds. Binnema in Tilburg.

Het evangelisatiewerk van ds. Binnema ligt aan de basis van verscheidene gereformeerde kerken in Noord-Brabant, die ach­tereenvolgens zelfstandig konden worden: Helenaveen (1892), Breda (1893), Tilburg (1894), Eindhoven (1908). Een collega schreef: 'God had hem gaven geschonken om het woord aan de huizen te spreken naar de behoeften van onwetenden en dwalen­den. Voor ieder dien hij op zijn weg ontmoette, had hij het rechte woord, en wist dat op de rechte wijze tot hen te rich­ten. Gaven om de eerste discipelen in stad of dorp te vergade­ren, bijeen te brengen, te leiden en door catechisatie en bijbellezing te onderrichten van den weg der zaligheid. Kort­om: hij was een bekwaam instrument om de verstrooiden te vergaderen, en op vele plaatsen tegenover on- en bijgeloof de banier des Evangelies te planten.'



Bronnen


A.P. Crom e.a. (red.), Anderhalve eeuw gereformeerden in stad en land: Noord-Brabant en Limburg, Kampen 1985

P.F. Dillingh, Tussen Rome en Dordt: honderd jaar Gereformeer­de Kerk Tilburg 1894-1994, Tilburg 1994

J.H. Donner, 'In memoriam Ds. H.J. Binnema', in: Handboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland 22 (1910) 302-304

Joh. de Haas, Gedenkt uw voorgangers 2, Haarlem 1984

Na vijftig jaren: overzicht van den Evangelisatie-arbeid der Gereformeerde Kerken in N.-Brabant en Limburg 1863-1913 en jaarverslag over 1912/13

J. Veltman, De Vlaamsche Scharenslijper, Nijkerk 1913

P. Visser, In 't verleden ligt het heden... 1907-1957: kroniek van besluiten en gebeurtenissen in de Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen met den Bijbel en de Juliana­school te Tilburg, Tilburg 1957

Individual Notes

Note for:   Willem Kapteyn,   10 OCT 1857 - 21 SEP 1913         Index

Occupation:   
     Place:   Pastor


Individual Notes

Note for:   Pieter Willemsz Kapteyn,    -          Index

Individual Note:   BIOGRAPHY: Granddaughter Aukje Binnema-Kapteyn would tell about him: Pieter
Kapteyn was a farmer in the Zuidplaspolder near Waddinxveen and the story goes
that he had long arms, so that at harvest time he could cover more land with the
scythe than his co-labourors.
Pieter W. Kapteyn lost his first wife and children probably before 1852. He
then quite farming in order to study for the ministry. Pieter Rupke, his
brother-in-law, took over the farm. Pieter Kapteyn had his theological training
at the small theological school at Hoogeveen (Drenthe) under Reverend Wolter
Kok, and was probably one of the last students to graduate from there.
In December 1854, the same year the church of Gees was established, the
Theological school in Kampen was opened. After 2 years of study in Hoogeveen,
the question of whether or not to stay in Hoogeveen or continue his studies at
Kampen came up. But his teacher at Hoogeveen told him, "Kapteyn, you can go
into a congregation."
Pieter Kapteyn recieved and accepted the call to Gees in Drenthe on a salary of
200 Guilders plus 'Turf' (peat moss fuel) and potatoes. He served there from 11
Mar 1855 until 16 Nov 1858 when he went to Putten. From there to Sleeuwijk in
1861, Leerdam 1868, Pernis 1870, Amstelveen 1873, Emeritus in 1898, and died in
1903.
On 6 Oct 1946, when I, Jacob Binnema was a student, I went with my fiancee Hilda
to Gees to preach in the Gereformeerde Kerk. I said to Hilda: "My
great-grandfather was the first minister here." Hilda responded, "My great
grandfather was a minister here, too " Reverend Pieter Kapteyn was the first
minister in the Christian Afgescheiden Gemeente in Gees which was organized in
1854. Reverend Hendrik Van Hoogen served there from 1865-1867.
We (Jacob and Hilda) saw the old church building in Gees which is now a barn
with gothic windows and still shows the place where the collection bags had been
hanging and where the pulpit had been. We also saw the old parsonage and
imagined how our relatives had once lived there.
The name of the first wife of Pieter Kapteyn is unknown to us. He married for
the second time on 25 May 1855 to a widow, Wichertje Jansd Koning, who was born
5 Nov 1826 in Gees, and died 10 Dec 1896 in Brussels, Belgium. She was buried
in Amstelveen.
The story goes that while the couple was living in Amstelveen, on market day the
beggars on the way to Amsterdam would pass by the parsonage for a hand out.
Mrs. Kapteyn would not open the door, but she would let a half-penny piece slide
through a slit in the door for each of the many beggars that came by.


Individual Notes

Note for:   Arije Paulusz Cappeteyn,    -          Index

Individual Note:   MARRIAGE: This marriage was witnessed by Jan Arijense and Emmigje Arijns