Individual Notes

Note for:   Pier Dirks,   1715 -          Index

Individual Note:   Pier Dirks nam op 16 juni 1744 in Woudsend het woonhuis, timmerhuis en stede (scheepswerf de 'Noorderwerf') over van zijn vader Dirk Tjeerds

Individual Notes

Note for:   Jacob Alberts Hempenius,    -          Index

Occupation:   
     Place:   hij is schoolmeester te Schalsum


Individual Notes

Note for:   Durk Jans Gorter,   1803 -          Index

Occupation:   
     Place:   zeehandelaar


Individual Notes

Note for:   Jan Jacobs Gorter,   ABT 1738 -          Index

Occupation:   
     Place:   Mr Smid


Individual Notes

Note for:   Joost Hiddes Halbertsma,   23 OCT 1789 - 27 FEB 1869         Index

Occupation:   
     Place:   Dominee

Individual Note:   Joost Hiddes Halbertsma, geboren in Grouw, van 1822 tot 1856 dominee in Deventer, overleed in 1869. Hij was een van de beste taalkenners van zijn tijd. Naast schrijver was hij dialect onderzoeker, cultuurhistoricus en schrijver van het Fries woordenboek
Samen met zijn broer Eeltje streefde Joost Hiddes naar de wederopstanding van het Fries als litteraire taal. Door hun verhalen als "de Lape Koer fen Gabe Skroor" uit 1822, is dit wonderwel gelukt.
Daarnaast heeft Joost Hiddes zich ook bezig gehouden met mythologie, zeden en gebruiken en oudheidskunde. Zo verschenen van zijn hand: de Witte Wiven 1837, Paascheijeren 1840, Avoort 1841, de frissche Lucht 1844, de Ring van Epe 1849 en Ringmunten en Oorijzers 1853.

Jacob Grimms correspondentie met Joost Halbertsma

De broers Grimm hadden een omvangrijke correspondentie met wetenschappers uit allerlei landen. Het aantal brieven wordt rond de 30.000 exemplaren geschat.
Een van de correspondenten waar Jacob, over een periode van meer dan 25 jaar, mee schreef was de Fries Joost Hiddes Halbertsma. Deze brieven zijn (niet integraal) gepubliceerd in het volgende werkje: "Briefwechsel zwischen Jacob Grimm und J.H. Albertsma, uitgegeven door Dr. B. Sijmons, 1885".

In deze uitgave staan 11 brieven van Jacob Grimm (tussen 1 juni 1830 en 28 juni 1856) en 11 brieven van Joost Halbertsma (tussen 20 mei 1830 en 3 juli 1858).

Grappig is dat de brieven in het Engels, Frans, Duits en in het Nederlands geschreven zijn. Hieronder haal ik enkele wetenswaardigheden uit die correspondentie aan.



Blz 9-10
In Friesland werden takken van de vlierstruik gebruikt voor het verwijderen van vuiligheid uit darmen van geslachte beesten. Halbertsma vertelt Grimm dat de richting waarmee de Vlier van haar bast ontdaan werd van beneden naar boven toe gebeurde, als de darmen van onder naar boven toe schoongemaakt werden. En dat de bast van boven naar beneden verwijderd werd indien het schoonmaken anders om gebeurde.
Daarna vertelt hij dat deze overeenkomende volgorde in het Friese bijgeloof niet de regel is. Alles werkt echter tegen de draad in. Droomt men van een bruiloft dan gaat men spoedig dood; en droomt men van een begrafenis dan staat een huwelijk voor de deur.

Blz 11
Halbertsma vertelt dat professor Reuvens hem in de Dom van Utrecht een runeninscriptie heeft laten zien die hij lezen kon.

Blz 14
Grimm vertelt dat hij de Deutsche Mythologie bijna af heeft, en dat hij Halbertsma ook een exemplaar toestuurt.

Blz 14
Halbertsma deelt mee dat er geen paasvuren in Friesland ontstoken worden, en dat er bijzonder weinig sprookjes verteld worden. Hij vertelt dat het gezonde verstand der Friezen reeds vroeg de ergste bijgelovigheden verworpen heeft.

Blz 15
Grimm stuurt de Deutsche Mythologie toe; de inhoud ervan berust op volgens hem op 2 punten:
1. De identiteit van Noordse en Duitse mythologie
2. De samenhang aantonen tussen de oudste getuigenissen over de Wodanscultus en de berichten van Tacitus daaromtrent

Blz 16
Grimm vraagt Halbertsma of hij hem kan inlichten over "woenspanne" en "woenlett".

Blz 16
Halbertsma ontvangt de Deutsche Mythologie en kondigt het werk aan in Kunst en Letterbode

Blz 16
Halbertsma wijst op de nog aanwezige bijgelovigheden van mensen op de vaart in Friesland. En dat er verhaald wordt over een mythologische verdronken hoofdstad van het Friese koningrijk in zee voor Stavoren.

Blz 16
Halbertsma vertelt dat op dezelfde plaats waar boeren "witte wiven" vermoeden "oud-Germaansche grafheuvels" gevonden worden.

Blz 17
Halbertsma vraagt of het boek van Bolhuis, "over de invallen der Normannen in Nederland" (De Noormannen in Nederland, Utrecht 1834) ook in het Duits overgezet gaat worden.

Blz 23
Grimm vertelt dat hij nieuwe goden ontdekt heeft, waaronder Phol (cultus in Thüringen en Beieren)

Blz 24
Grimm nodigt Halbertsma uit voor de eerste "germanistenversamlung" in Frankfurt am Main in1846. Halbertsma bezoekt deze.

Blz 25
Grimm vertelt dat hij ontevreden is over de kwaliteit van het werk van D. Buddingh (Verhandelingen over het Westland, ter opheldering der Loo-en, Woerden en Hoven, benevens de natuurdienst der Friezen en Batavieren, 1844)


Joost Hiddes Halbertsma
1789-1869

geboren: 23 oktober 1789 te Grouw
overleden: 27 februari 1869 te Deventer

Biografie(ën)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
Werken
De lapekoer (1822)
Rimen en teltsjes (1871, 1978[9])
Uitgaven
J.J. Kalma (ed.), `Kent gij Halbertsma van Deventer?' (1969)
J.J. Kalma en Y. Poortinga, Fluit en doedelsek (1971)
Primaire teksten elders in de dbnl
Joost Hiddes Halbertsma, ‘OVER DE UITSPRAAK VAN HET LANDFRIESCH,’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
Joost Hiddes Halbertsma, ‘Levensberigten der in dit jaar afgestorvene medeleden.’, ‘Bericht wegens Rinse Posthumus, in leven kerkleeraar bij de Hervormde Gemeenten van Waaxens en Brantgum in Friesland.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1861 (1861)
Secundaire literatuur in de dbnl
G. Kalff, ‘2. Het Proza. De Halbertsma's. Vosmaer. Geel.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 7 (1912)
Christina Kroes-Ligtenberg en Jan Prins, ‘Bijlage I: verslagen van de lezingen in de maandelijkse vergaderingen(Behoort bij het Verslag van de Secretaris, afgedrukt op blz. 158)’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1947 (1947)

Van 1807 tot 1813 studeerde Halbertsma aan de Doopsgezinden Kweekschool te Amsterdam en het Athenaeum Illustre, waar hij zich verdiepte in theologie en Noordse talen. In de periode van 1814 tot 1821 was hij predikant in Bolsward, waar hij al van zich deed spreken.
Toen Halbertsma in 1822 naar Deventer vertrok, besefte hij zich dat hij zich meer literator en geleerde dan predikant voelde. Hij liet dan ook in 1822 zijn eerste Friese geschrift drukken. Hierdoor werd hem verzocht een rede te houden in 1823 bij de grote Friese Gysbert Japicx-herdenking en kwam zo in aanraking met de Leidse Maatschappij van Letterkunde. Door Halbertsma’s brede belangstelling deed hij in 1853 een voorstel aan de Gedeputeerde Staten van Friesland voor de oprichting van een ‘Kabinet van Oudheden’ dat in 1855 tot stand werd gebracht. Zijn eigen verzameling Friese oudheden vormde de basis van dit kabinet. Halbertsma ontwikkelde zich tevens tot de grootste Nederlandse dialectkundige uit de eerste helft van de negentiende eeuw.
Het viel Halbertsma zeer zwaar toen hij in 1830 niet in aanraking kwam voor een professoraat aan het Deventer Athenaeum. Ook elders gingen benoemingen aan hem voorbij, dit kwam doordat hij een opvliegend karakter en een scherpe pen had.
Met P.C. Molhuysen werd hij in 1836 redacteur van de ‘Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren’, waarin Halbertsma ook schreef.

In 1843 verscheen het enige boek dat direct met zijn ambt van doen had: ‘De doopsgezinden en hunne herkomst’. Dit boek gaat vooral over Halbertsma’s bedenkingen over de toen opkomende orthodoxe stroming en fungeerde als waarschuwing aan jonge doopsgezinde predikanten. Dit werd niet in dank afgenomen en toen Halbertsma op 12 januari 1856 zijn pensioen aanvroeg, nam de kerkenraad dit verzoek maar al te graag aan en zo nam hij op 26 oktober 1856 afscheid.
Op een bovenwoning in Deventer bracht hij zijn tijd al schrijvend door en raakte steeds meer vereenzaamd. Zijn buitenlandse contacten bleven intact en in 1858 vertaalde hij op verzoek van prins Louis Lucien Bonaparte het Evangelie naar Mattheus in het Fries. Halbertsma heeft nooit echt in Deventer kunnen aarden. Doordat hij voor een lange tijd in Friesland had moeten verblijven, bleef hij een romantische hunkering houden naar zijn geboorteland. In 1865 schonk Halbertsma het grootste gedeelte van zijn uitgebreide bibliotheek aan de Provincie.
Toen hij op 17 februari 1869 1000 kolommen van het Friesch woordenboek had laten drukken bezweek Halbertsma. Zijn invloed is uitermate groot geweest, voor de Friese cultuur van onschatbare waarde. Zijn directe woordkeus, van pittig tot sarcastisch, houdt zijn werk nog steeds fris en oorspronkelijk.


Individual Notes

Note for:   Eeltje Hiddes Halbertsma,   8 OCT 1797 - 22 MAR 1858         Index

Occupation:   
     Place:   DR

Individual Note:   Halbertsma, Joost Hiddes -, 1789-1869, en zijn broer Dr. Eeltje, 1797-1858, uit Grouw, gaven in 1822 in de vorm van een almanak de Lapekoer fen Gabe Skroar uit, d.i. de Lappekorf van Gabe de snijder, rijmpjes en vertellingen; Rimen en Teltsjes heette het boek later, vermeerderd. Joost werd 1813 leraar bij de Doopsgezinden te Bolsward; hij wijdde 1823 het beeld van Gijsbert Japiks in. Eeltje was dokter te Grouw; Joost stond te Deventer van 1822-'56. Proefschrift van P.A. Jongsma over Dr. J. Halbertsma, 1933; Herm. Hylkema schreef over hem een studie in 1919. Proefschrift in 't Fries over Eeltje van G. Dijkstra, 1946.

Over Eeltje ook reeds een gedenkschrift van J. Hepkema, 1898.

studeerde geneeskunde te Leiden en Heidelberg, werd, na een korte periode te Purmerend, arts te Grou. Door zijn verblijf in Heidelberg ontwaakte zijn dichtertalent.

Individual Notes

Note for:   Hidde Halbetsma,   20 FEB 1684/85 - 21 DEC 1762         Index

Occupation:   
     Place:   zilversmid te Gorredijk


Individual Notes

Note for:   Scipio Hiddes Halbetsma,   ABT 1645 - 1700         Index

Occupation:   
     Place:   Advocaat


Individual Notes

Note for:   Hidde Buwes,   ABT 1610 - 1666         Index

Occupation:   
     Place:   Lakenkoper


Individual Notes

Note for:   Ulbe van Sinderen,    -          Index

Occupation:   
     Place:   Dominee


Individual Notes

Note for:   Geeltje Hiddes Halbetsma,   1650 -          Index

Occupation:   
     Place:   Meester-timmerman


Individual Notes

Note for:   Gerrit Pieters Hiemstra,    -          Index

Individual Note:   Oorsprong Heert Hiemstra Wommels.

Individual Notes

Note for:   Tjalling Klazes Halbertsma,   15 JUL 1841 -          Index

Occupation:   
     Place:   hoogleraar verloskunde en gynaecologie

Individual Note:   Tjalling Halbertsma (1841-1898), hoogleraar verloskunde en gynaecologieWetenschappelijke carrière:hoogleraar verloskunde en gynaecologie (1867-1898). Voordien hoogleraar in Groningen. Halbertsma studeerde medicijnen in Leiden, onder meer bij zijn neef Hidde Halberstma, hoogleraar anatomie en fysiologie. Tegen het einde van zijn studie woonde hij in Rotterdam, waar hij onderwijs volgde van de ziekenhuisartsen I.B. Molewater en M. Polano. In 1863 promoveerde Halbertsma op een proefschrift over de keelspiegel. De jaren daarna reisde hij door Europa, langs Tübingen, Wenen en Parijs, en publiceerde hij in een aantal buitenlandse tijdschriften. Na zijn terugkeer in Nederland werkte hij als geneesheer in Sneek. In 1866 werd hij hoogleraar aan de universiteit van Groningen, kort voor zijn 25ste verjaardag. Het jaar daarop vertrok hij naar Utrecht. Hier werd hij - na Gusserow die deze functie tien maanden had bekleed - de tweede hoogleraar verloskunde en gynaecologie. Halbertsma werkte aan de universiteit tot zijn overlijden in 1898. In 1876 stichtte hij een polikliniek, waar studenten de praktijk konden leren. Hij was internationaal bekend om zijn onderzoeken naar oorzaak en behandeling van krampaanvallen tijdens de zwangerschap.